
Aansprakelijkheid van bestuurders
Tweede column in TOM, Twents Ondernemers Magazine
Veel ondernemers kiezen ervoor vanuit een rechtspersoon te opereren. Zij doen dit soms vanwege fiscale motieven, vaak ook omdat de met ondernemen gemoeide risico’s groot kunnen zijn. Wie onderneemt als eenmanszaak of vennoot van een vof staat immers met zijn gehele vermogen in voor de nakoming van namens de onderneming aangegane verplichtingen. Een rechtspersoon zal echter niet altijd bescherming tegen aansprakelijkheid bieden. Ik ga hieronder in op de risico’s die bestuurders van BV’s lopen.
Een BV is een aparte entiteit met een eigen vermogen en eigen verplichtingen. Het bestuur handelt namens de BV. In beginsel kunnen bestuurders niet persoonlijk worden aangesproken op de verplichtingen van de BV.
Tegenover de BV zelf is de bestuurder alleen aansprakelijk als hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Welk verwijt ernstig is wordt beoordeeld op basis van de omstandigheden van het geval. Vanuit de praktijk zijn wel enige voorbeelden bekend. De bestuurder die bijvoorbeeld nalaat goedkeuring van aandeelhouders of commissarissen te vragen wanneer dat volgens de statuten moet, is in beginsel aansprakelijk voor de schade.
Een bestuurder kan zich niet beroepen op onkunde. Hij wordt geacht in te staan voor zijn geschiktheid. Zijn er meerdere bestuurders, zijn zij in beginsel gezamenlijk verantwoordelijk voor het handelen van het bestuur. Binnen grenzen is wel een zekere taakverdeling toegestaan.
Daarnaast kunnen bestuurders aansprakelijk zijn tegenover anderen. Laat een BV na tijdig te melden dat zij bepaalde premies en belastingen niet meer kan voldoen, zijn bestuurders in beginsel aansprakelijk jegens de fiscus en het UWV. Zij kunnen ook worden aangesproken voor de schade door een misleidende jaarrekening. Andere voorbeelden zijn die waarin bestuurders de BV:
- een verplichting niet na laten komen terwijl deze daartoe wel in staat is;
- verplichtingen laten aangaan of bekrachtigen waarvan op dat moment duidelijk moet zijn dat die niet nagekomen kunnen worden, en, mijns inziens,
- met één transactie een risico laten nemen dat vervolgens bij verwezenlijking het einde van de BV betekent.
Als onbehoorlijk bestuur een faillissement veroorzaakt, kunnen de bestuurders door de curator worden aangesproken. Als geen behoorlijke administratie was gevoerd of niet uiterlijk dertien maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening was gepubliceerd, is in ieder geval sprake van onbehoorlijk bestuur. Bovendien moeten de bestuurders dan maar aantonen dat dit niet de oorzaak van het faillissement was.
Is de bestuurder zelf een BV, zijn de (uiteindelijke) bestuurders daarvan verantwoordelijk. Aansprakelijkheid is dus niet te ontlopen door een BV ‘ertussen te schuiven’.
Een BV is een uitstekende ondernemingsvorm om risico’s te beperken, maar zoals we zien geen vrijbrief om roekeloos zaken te doen.
Michaël van Knippenberg
Advocaat te Enschede
Deze column verscheen eerder in TOM 2, februari 2009
terug
column TOM
Lees verder
Drie basisvragen bij bedrijfsovernames
column TOM
Lees verder
Bij aankoop van een onderneming werknemers cadeau
column TOM
Lees verder


