
No cure no pay wordt niet verboden maar geïntroduceerd
In het FD van 10 november 2009 (“Wetsvoorstel: verliezer rechtszaak hoeft advocaat straks niet te betalen”) staat dat het kabinet zich verzet tegen het declareren door advocaten volgens het zogeheten “no cure, no pay” systeem. Het volgens het wetsvoorstel toegelaten systeem van “no win, no fee” is echter hetzelfde. De advocaat mag dan met zijn cliënt afspreken dat geen honorarium is verschuldigd als de rechtszaak wordt verloren.
Volgens het wetsvoorstel is verboden bijvoorbeeld bij een vordering van schadevergoeding met een belang van EUR 100.000 af te spreken dat 3% van het te ontvangen bedrag zal worden gefactureerd. Dit wordt van oudsher aangeduid als “quota pars litis”. Het is nu (met uitzondering van incassotarieven) al verboden. Wel zou in die zaak mogen worden afgesproken dat EUR 500 per uur wordt gefactureerd bij winst en niets bij verlies. Met een dergelijke zaak kunnen tientallen uren zijn gemoeid. Het is niet duidelijk waarom in de visie van het kabinet in het eerste geval voor een advocaat wel “een te groot persoonlijk belang in een zaak” zou spelen en in het tweede geval niet.
In 2005 droeg het toenmalige kabinet een verordening van de Nederlandse Orde van Advocaten waarin een experiment met “no cure no pay” werd ingezet nog voor vernietiging voor bij de Kroon. De term is besmet. Wellicht zocht men naar een manier om langs het indertijd door de toenmalige minister van justitie Donner ingenomen standpunt te manoeuvreren.
Michaël van Knippenberg
is advocaat vennootschapsrecht en ondernemingsrecht te Enschede
Uit Het Financieele Dagblad van 21 november 2009
Terug naar Nieuws
column TOM
Lees verder
Drie basisvragen bij bedrijfsovernames
column TOM
Lees verder
Bij aankoop van een onderneming werknemers cadeau
column TOM
Lees verder


