
Voorzichtigheid geboden bij faillissementsverzoek als incassomiddel
Bij een groep deurwaarders en advocaten is (het dreigen met) een verzoek om een debiteur failliet te laten verklaren een populaire methode om vorderingen te innen. Voor de schuldeisers die ze bijstaan is die methode soms riskant.
Voorbeeld 1: verkeerde onderneming failliet
Een groothandel heeft vorderingen vanwege geleverde goederen op een onderneming ‘X’. De facturen worden niet betaald. Namens de groothandel wordt het faillissement verzocht van de vennootschap onder firma met de naam ‘X’. De vennoten zijn niet op tijd op de hoogte van de oproep voor de behandeling van het faillissement. Ze komen daardoor niet op de zitting waar het faillissementsverzoek wordt behandeld. De VOF en haar vennoten worden failliet verklaard.
In de verzetprocedure blijkt dat niet de VOF ‘X’, maar een ‘X’ B.V. en een eenmanszaak ‘X’ (met vrijwel gelijkluidende namen als die van de VOF, doch geen ondernemingen van de vennoten) de goederen hadden besteld. VOF ‘X’ had helemaal geen schuld aan de groothandel. Het faillissement wordt vernietigd. De groothandel draait op voor de kosten van de verzetprocedure en het faillissement. Voor de groothandel levert de vergissing een schadepost op van vele duizenden euro’s, met name door het salaris van de curator. Had de groothandel gekozen voor een gewone rechtszaak, dan waren de kosten van de vergissing veel lager geweest.
Voorbeeld 2: niet meerdere schuldeisers onbetaald
Een dienstverlenende organisatie stelt een vordering voor verrichte werkzaamheden te hebben op Y B.V. Y B.V. vindt dat Z B.V. die vordering moet betalen. Namens de dienstverlener wordt het faillissement van Y B.V. verzocht. De bestuurder van Y B.V. is niet op tijd op de hoogte van de oproep voor de behandeling van het verzoek. Y B.V. wordt bij verstek failliet verklaard. De rechtbank wijst een verzet van de bestuurder af. Het gerechtshof vernietigt het faillissement echter in hoger beroep. Het hof laat buiten beschouwing welke B.V. gefactureerd had moeten worden, maar stelt vast dat niet voldoende blijkt dat er meerdere schuldeisers van Y B.V. onbetaald zijn gebleven, een voorwaarde voor een faillissement. De dienstverlener moet de kosten van de verzetprocedure en het faillissement betalen, inmiddels meer dan dertienduizend euro.
Moraal
Het dreigen met een faillissementsverzoek kan effectief zijn als middel om een vordering te innen. Als een faillissement later wordt vernietigd, kan de schade voor de schuldeiser echter groot zijn. Wees dus voorzichtig met een faillissementsverzoek als incassomiddel.
Mr. Michaël S. van Knippenberg
Advocaat te Enschede
De auteur was bij beide als voorbeeld beschreven zaken betrokken als advocaat van de partijen die in verzet gingen
Deze column verscheen eerder in TOM, Twents Ondernemers Magazine, van juni 2011
(Terug) naar nieuws
column TOM
Lees verder
Weens Koopverdrag wordt onderschat
column TOM
Lees verder
Uitzonderlijk slecht wetsvoorstel
column TOM
Lees verder


