Geen tuchtrechtzaken via de pers

De vier Raden van Discipline fungeren als tuchtrechtorgaan van de Nederlandse Orde van Advocaten. Vandaag werd bekend dat de Raad van Discipline in Amsterdam ten onrechte de naam van een tuchtrechtelijk gestrafte advocaat al had geopenbaard voordat de beslissing onherroepelijk was (http://www.advocatie.nl/raad-van-discipline-de-fout-met-publicatie-naam-advocaat). Een opgelegde maatregel was de openbaarmaking van de naam van de advocaat. De advocaat kon echter nog in beroep bij het Hof van Discipline. Er bestaat de mogelijkheid dat het Hof een andere beslissing neemt en openbaarmaking van de naam niet (meer) aan de orde is.

Inmiddels heeft de Raad van Discipline in Amsterdam alsnog de uitspraak geanonimiseerd. De Raad heeft laten weten dat de vermelding van de naam een vergissing betrof ‘van een vakantiekracht’ en zij de fout betreurt. Vooropgesteld zij, dat een vakantiekracht die de opdracht tot publicatie van een uitspraak over te gaan krijgt, gewoon werkt namens en onder verantwoordelijkheid van de Raad van Discipline. Het is dus een fout van de Raad van Discipline die kennelijk met toezicht of instructie tekort is geschoten, niet een vergissing van een anonieme vakantiekracht. Fouten maken is menselijk, het afschuiven van verantwoordelijkheid naar een ander helaas ook.

Het is op zich goed dat de Raden van Discipline wachten met het bekend maken van een naam van een advocaat die een tuchtrechtelijke procedure doorloopt. Een advocaat die ten onrechte voor de tuchtrechter wordt gedaagd, heeft er immers belang bij dat zijn of haar reputatie niet door de onterechte klacht wordt beschadigd. Vaak zien meer mensen de publiciteit rond een beschuldiging dan de latere vaststelling dat iemand niets te verwijten valt; zelfs dan vermoedt men vaak vuur waar rook was gezien. Een reputatie kan bij een ongegrond verklaring van een klacht toch schade oplopen.

In dat licht is het merkwaardig, dat wij in de afgelopen maanden in kranten hebben kunnen lezen en zelfs op televisie hebben kunnen zien dat een van naam landelijk bekende (inmiddels voormalige) advocaat voor diezelfde Raad van Discipline en later het Hof van Discipline diende te verschijnen. De deken van de plaatselijke orde in Amsterdam vertelde voor de zitting aan de pers wat de betreffende advocaat werd verweten en welke maatregel wat hem betreft kon worden opgelegd.

Het gaat mij er hier niet om, of de verwijten aan de advocaat in kwestie wel of niet gegrond zijn geweest. Het is niet aan individuele advocaten zoals ondergetekende (ik ben geen deken of lid van een Raad dan wel het Hof van Discipline) om in het openbaar andere advocaten de maat te nemen. Wat mij echter heeft gestoord, is dat de tuchtzaak publiekelijk breed uit werd gemeten voordat de tuchtrechter ook maar een oordeel had kunnen geven. In tegenstelling tot bijvoorbeeld strafzaken, waarin verdachten meestal anoniem blijven in verslaggeving, kon iedereen in de berichten lezen en horen over welke advocaat het ging. Dit is een principieel verkeerde situatie. Daarbij is niet van belang dat de betreffende tuchtzaak met een definitieve schrapping van de advocaat van het tableau is geëindigd. Het gaat erom dat de publiciteit (met vermelding van de naam van de advocaat) eerst bij een definitief (geworden) oordeel aan de orde mag komen.

De situatie dat de tuchtrechtelijke procedures zelf voor de pers worden gevoerd is onwenselijk. Naast de reeds gememoreerde reputatieschade speelt nog een ander probleem. In tuchtrechtelijke procedures kan immers ook informatie die onder het beroepsgeheim van de betrokken advocaat valt aan de orde komen. Deze vertrouwelijke informatie kan zijn opgenomen in de klacht. Ook kan de betrokken advocaat in zijn of haar verweer tegen de klacht zich beroepen op vertrouwelijke informatie. Sommige klachten betreffen immers procestactische beslissingen van advocaten. Dergelijke beslissingen worden regelmatig (deels) op vertrouwelijke informatie gebaseerd. Deze informatie behoort vooral vertrouwelijk te blijven.

Wat mij betreft is het op deze wijze in het openbaar voeren van tuchtrechtelijke zaken niet voor herhaling vatbaar. De Nederlandse Orde van Advocaten zou zich bovendien kwetsbaar kunnen maken voor vorderingen tot schadevergoeding van materiële omvang indien een deken in het openbaar verwijten aan het adres van een advocaat heeft gemaakt en die verwijten achteraf volgens een Raad of het Hof van Discipline niet juist blijken te zijn of vertrouwelijke informatie door de publicatie openbaar wordt gemaakt. Daar is niemand mee gediend, zeker niet de rechtzoekenden die de Orde beoogt te beschermen. Via hogere advocatenrekeningen vanwege hogere omslagen van de Orde betalen uiteindelijk de cliënten dan de rekening.

Dit alles valt eenvoudig te voorkomen door tuchtrechtelijke procedures besloten te houden en pas bij een definitieve veroordeling de naam van de betrokken advocaat openbaar te maken. Uiteraard dienen alle publicaties van tuchtrechtelijke vonnissen op naar cliënten herleidbare informatie te worden gecontroleerd.


Mr. M.S. van Knippenberg is advocaat te Enschede
(melding eventueel belang: tot op heden heeft de auteur nimmer voor een Raad of Hof van Discipline hoeven te verschijnen)

[1] Het geval dat een advocaat een partij bijstaat die een andere advocaat in een openbare civiele procedure aanspreekt, laat ik hier buiten beschouwing.